De keuze van de juiste druppelslang is bepalend voor de betrouwbaarheid en uniformiteit van druppelirrigatie in uien en aardappelen. In de praktijk wordt veel gewerkt met niet drukgecompenseerde druppelslangen, waarbij slangdiameter, lengte en afgifte zorgvuldig op elkaar moeten worden afgestemd. In dit artikel leggen we uit welke keuzes gangbaar zijn, waarom lage afgifte vaak de voorkeur heeft en waar je in het ontwerp rekening mee moet houden.
Deze uitleg is relevant voor professionele telers van uien en aardappelen die werken met ondergrondse druppelirrigatie. Het artikel richt zich op situaties waarin gebruik wordt gemaakt van niet drukgecompenseerde druppelslangen zoals Aquatraxx of Streamline, aangelegd op percelen met verschillende lengtes en bodemtypes.
Niet drukgecompenseerde druppelslangen geven water af afhankelijk van de aanwezige druk. Dit betekent dat het ontwerp van het systeem cruciaal is om een gelijkmatige waterverdeling te realiseren. Bij uien en aardappelen, waar uniformiteit sterk samenhangt met opbrengst, wordt daarom vaak gekozen voor slangen met een lage afgifte per druppelaar.
Door te werken met lage afgifte kan het systeem beter worden gestuurd via irrigatieduur en frequentie. Dit geeft meer controle over het natte profiel in de bodem en vermindert het risico op versmering of uitspoeling. Bij langere percelen speelt ook de slangdiameter een belangrijke rol. Met een grotere diameter, zoals tweeëntwintig millimeter, kan drukverlies over de lengte van de slang beter worden beperkt dan bij zestien millimeter.
De keuze tussen zestien en tweeëntwintig millimeter hangt daarom samen met perceellengte, gewenste uniformiteit en beschikbare waterdruk. Bij kortere percelen volstaat vaak zestien millimeter. Bij langere percelen of grotere secties wordt vaker gekozen voor tweeëntwintig millimeter om de drukverdeling beheersbaar te houden.
Begin bij het vaststellen van de perceellengte en het aantal rijen per perceel. Op basis hiervan bepaal je de maximale slanglengte. Vervolgens kies je de slangdiameter. Bij kortere lengtes is zestien millimeter vaak voldoende, terwijl bij langere percelen tweeëntwintig millimeter de voorkeur heeft.
Daarna kies je de druppelaarafgifte. In de praktijk wordt vaak gewerkt met lage afgiftes, zodat de watergift nauwkeurig kan worden gestuurd. Vervolgens stem je het systeem af op de beschikbare waterdruk en controleer je of het drukverlies over de slang binnen acceptabele grenzen blijft.
Tot slot test je het systeem in de praktijk door irrigatiebeurten te draaien en de uniformiteit van de waterverdeling te controleren.
Een veelgemaakte fout is het toepassen van te dunne slangen op lange percelen, waardoor het drukverlies te groot wordt en de waterafgifte ongelijkmatig is. Ook wordt soms een te hoge druppelaarafgifte gekozen, waardoor de regeling grof wordt en het risico op versmering toeneemt.
Daarnaast wordt onvoldoende rekening gehouden met verstoppingsgevoeligheid. Lage afgifte vraagt om goede filtratie en een stabiel watersysteem om verstoppingen te voorkomen.
Bij een lang perceel wordt gekozen voor een niet drukgecompenseerde druppelslang van tweeëntwintig millimeter met lage druppelaarafgifte. Door de irrigatie in meerdere korte beurten te verdelen, blijft het vochtgehalte stabiel en kan zowel in uien als aardappelen zeer nauwkeurig worden gestuurd.
Waarom wordt vaak gekozen voor niet drukgecompenseerde slangen
Omdat ze eenvoudiger zijn, goed stuurbaar bij lage afgifte en uitstekend functioneren in een goed ontworpen systeem.
Wanneer kies ik voor zestien of tweeëntwintig millimeter
Zestien millimeter is geschikt voor kortere percelen, tweeëntwintig millimeter voor langere percelen waar drukverlies een rol speelt.
Is lage afgifte altijd beter
In de meeste gevallen wel, omdat dit meer controle geeft over watergift en bodemvocht.
Welke merken worden vaak gebruikt
In de praktijk worden onder andere Aquatraxx en Streamline veel toegepast.
Wil je weten welke druppelslang in jouw situatie het meest geschikt is? Wij helpen graag bij het kiezen en doorrekenen van een betrouwbaar systeem.